Wat is ADHD?

Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, ofwel snel afgeleid en hyperactief gedrag. Globale kenmerken van ADHD zijn: hyperactiviteit en impulsiviteit, en/of problemen met aandacht.

Verschillende vormen

Er bestaan 3 typen ADHD:

  • ADHD-I, vroeger ook wel ADD-type genoemd. Hierbij staat een aandachtstekort het meest op de voorgrond;
  • ADHD-H, het overwegend hyperactieve en impulsieve type. Hier staan ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit op de voorgrond;
  • ADHD-C, het gecombineerde type. Zowel problemen van het onoplettende als het hyperactieve type zijn aanwezig. Dit type ADHD komt het meeste voor en zal in deze tekst als uitgangspunt worden genomen.

Biologische achtergrond

De biologische oorzaak van ADHD ligt waarschijnlijk bij problemen met communicatie tussen hersengebieden. Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven door chemische boodschappers, oftewel neurotransmitters. Het is gebleken dat de neurotransmitters dopamine en noradrenaline in verminderde hoeveelheid voorkomen in het voorste gedeelte van de hersenen van ADHD-patiënten, de prefontaalkwabben. Dit gaat samen met afwijkende functie van de prefrontaalkwabben en een verminderde anatomische organisatie van de verbindingen tussen de prefrontaalkwabben en verschillende diepergelegen hersenkernen. De voorste hersenkwabben zijn betrokken bij veel functies die bij ADHD verstoord zijn: het langdurig behouden van aandacht, het onderdrukken van impulsen en het sturen en plannen van gedrag.

Uit erfelijkheidsonderzoek blijkt dat ADHD voor ongeveer 70% erfelijk bepaald is; de kans dat iemand ADHD heeft, is verhoogd als ouders en/of broertjes en zusjes deze stoornis ook hebben. Omgevingsfactoren (zoals roken en/of drinken tijdens de zwangerschap) kunnen ook leiden tot een verhoogde kans op ADHD bij het kind. Inmiddels staat door wetenschappelijk onderzoek vast dat symptomen van ADHD ook nog bij veel volwassenen voorkomen; niet iedereen ontgroeit de aandoening.

AHDH bij kinderen

Symptomen

De globale kenmerken van ADHD zijn hyperactiviteit en impulsiviteit, en problemen met aandacht.
Veelvoorkomende symptomen zijn concentratie- en aandachtsproblemen, vaak dingen kwijt zijn, het moeilijk vinden een taak af te ronden, gebrek aan organisatietalent, en/of snel afgeleid zijn. Daarnaast kunnen kinderen met ADHD moeite hebben met stilzitten, of veel praten, vaak in bomen klimmen, etc. Tot slot kan ADHD leiden tot een verminderd vermogen impulsen te controleren: kinderen kunnen dan vaak voor hun beurt praten of voor een gestelde vraag is afgelopen, en kunnen dan gesprekspartners op onnodige momenten onderbreken.

Diagnose

Voor de diagnose ADHD moeten dit soort problemen al langer dan een half jaar bestaan, zich niet beperken tot alleen school of thuis, voor het zevende jaar zijn begonnen en het algemeen functioneren ernstig bemoeilijken. De diagnose ADHD wordt gesteld door een medisch specialist: meestal is dit een (kinder- en jeugd)psychiater. Dit gebeurt aan de hand van criteria beschreven in de DSM IV, een handboek met beschrijvingen van psychische stoornissen. Daarnaast wordt er vastgesteld of de patiënt niet aan een andere aandoening lijdt die (deels) dezelfde kenmerken vertoont, zoals het syndroom van Gilles de la Tourette, het Foetaal Alcohol Syndroom of verschillende syndromen met genafwijkingen.

In veel gevallen gaat ADHD samen met andere (psychiatrische) stoornissen. Enkele voorbeelden zijn: stoornissen in het autistisch spectrum (zoals PDD-NOS), agressieve gedragsstoornissen, motorische stoornissen, angst- en stemmingsstoornissen, tics, en leerproblemen. Via de huisarts kan een kind worden doorverwezen naar een zogeheten 2e-lijns medisch specialist, die de diagnose ADHD kan stellen.

Behandeling

Er is nog geen behandeling die ADHD kan genezen. Wel kunnen symptomen worden onderdrukt met medicijnen, gedragstherapie of een combinatie van beide. Gedragstherapievormen die bij ADHD kunnen worden ingezet zijn psycho-educatie, cognitieve therapie en gedragstherapie. Het gaat dan bijvoorbeeld om het ontwikkelen van zelf-inzicht, het leren beheersen van impulsen, beloning van gewenst gedrag of het aanleren van een goed georganiseerde dagstructuur.

Cijfers

ADHD komt bij jongens drie à vier keer zoveel voor als bij meisjes. In Nederland heeft ongeveer 3% van de kinderen tussen vijf en veertien jaar ADHD. Nog eens dubbel zoveel kinderen hebben symptomen van ADHD, maar minder ernstig of niet voldoende om aan de diagnose ADHD te voldoen. Ongeveer de helft van de kinderen heeft tijdens de puberteit nog steeds ADHD, en ongeveer 1/3 van de patiënten houdt ADHD in de volwassenheid.

Sinds kort wordt ADHD ook bij volwassenen onderkend. Deze variant wordt ook wel AADD genoemd; Adult Attention Deficit Disorder. Eén van de criteria om aan de diagnose te voldoen, is echter wel dat de problemen al sinds de kindertijd spelen: een volwassene kan dus niet op latere leeftijd ADHD/AADD ‘krijgen’, maar het kan wel pas op latere leeftijd gediagnosticeerd worden.

ADHD bij volwassenen

Symptomen

Bij veel volwassenen worden symptomen van ADHD toegeschreven aan hun persoonlijkheid. Echter, symptomen als concentratie- en aandachtsproblemen, vaak dingen kwijt zijn, gebrek aan organisatietalent en/of snel afgeleid zijn, kunnen symptomen zijn van de aandachtsproblemen passend bij ADHD. Vaak neemt de hyperactiviteit, die veel kinderen met ADHD kenmerkt, af naarmate leeftijd vordert. ADHD kan wel blijven leiden tot een verminderd vermogen impulsen te controleren: ook volwassenen met ADHD kunnen gesprekspartners op onnodige momenten onderbreken.

Overigens wordt er vaak gezegd dat volwassenen met ADHD met de jaren beter worden in het omgaan met hun symptomen: zo kiezen mensen met ADHD vaker voor beroepen, waarin hun gedrag minder storend of zelfs voordelig kan zijn.

Diagnose

De diagnose ADHD wordt door een medisch specialist, zoals een psychiater, gesteld aan de hand van de DSM-IV, een medisch handboek met beschrijvingen van psychische stoornissen. Hierin zijn bovengenoemde symptomen gegroepeerd, en in de DSM-IV is vastgesteld dat een deel van de symptomen al voor het 7e levensjaar zijn opgemerkt. Dit kan bij volwassenen achteraf worden gedaan aan de hand van schoolrapporten, getuigenissen en schooldossiers. Daarnaast moeten de kenmerken in verschillende situaties (bijv. thuis én op het werk) voorkomen, en hebben de symptomen een duidelijk negatief effect op het dagelijks functioneren van de patiënt. Tot slot wordt er vastgesteld, of de patiënt niet aan een andere ziekte lijdt die (deels) dezelfde kenmerken vertoont.

Het is aangetoond dat een aantal andere psychiatrische stoornissen vaak samengaan met ADHD: voorbeelden zijn angst- en eetstoornissen, Borderline persoonlijkheidsstoornis, slaapproblemen en verslaving.

Via de huisarts kan iemand worden doorverwezen naar een zogeheten 2e-lijns medisch specialist, die de diagnose ADHD kan stellen.

Behandeling

Er is nog geen behandeling die ADHD kan genezen. In veel gevallen kan medicatie wel helpen bij de behandeling van ADHD. De chemische stof methylfenidaat heeft een bewezen effect op verlichting van de klachten. Naast medicatie, is vaak ook een herstructurering van het levenspatroon van de patiënt zinvol. Zo kan individuele hulp bij het plannen van de dag, extra steuntjes in de rug bij het bijhouden van de agenda, etc. voor verlichting van de klachten zorgen. Tot slot is soms ook psychologische ondersteuning wenselijk vanwege een gebrek aan zelfvertrouwen en/of angst.

Cijfers

Aangenomen wordt, dat ADHD bij minimaal 1% van de bevolking voorkomt. Dit betekent dat 1/3 van de kinderen met ADHD ook in de volwassenheid er nog last van heeft. Anders dan bij kinderen, is de verdeling van ADHD bij volwassenen tussen mannen en vrouwen ongeveer gelijk. Dit ligt niet aan de mogelijkheid dat mannen sneller over ADHD heen groeien; waarschijnlijk wordt de hyperactieve component bij jongens vaker op jonge leeftijd opgemerkt door ouders, leerkrachten etc. terwijl vrouwen op latere leeftijd zelf last krijgen van concentratieproblemen, en dus pas later gediagnosticeerd worden. Kort gezegd hebben vrouwen vaker last van de aandachtsproblematiek bij ADHD, terwijl  jongens vaker (ook) hyperactief en/of impulsief zijn.

Wij maken gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor jou nog makkelijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen. Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie.

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten